Plasproblemen bij de kat


Plasproblemen bij de kat is een veel voorkomend probleem. Dit probleem kan vele oorzaken hebben die soms lastig te achterhalen zijn. Tevens is er verschil tussen onzindelijkheid en sproeien.
Onzindelijkheid:
Als uw kat onzindelijk is, is een lichamelijk onderzoek door de dierenarts altijd de eerste stap! De dierenarts kan de algehele conditie van de kat en de grootte van de blaas bekijken. Tevens wordt de urine onderzocht, hierdoor kunnen bijvoorbeeld blaasontsteking en blaasgruis uitgesloten worden.
Mochten er geen lichamelijke afwijkingen geconstateerd worden dan moet er verder gezocht worden. Er kunnen een aantal redenen zijn voor dit afwijkende gedrag. Katten zijn heel gevoelig voor veranderingen en kunnen daardoor dit gedrag gaan tonen.
- Bij elke kleine en grote verandering in huis. Denk aan een nieuwe bank, gordijnen, een nieuwe hond/kat erbij, een baby etc.
- Andere kattenbak vulling als voorheen gaan gebruiken
- Geschrokken terwijl ze op de bak zaten, de bak op een te onrustige plaats.
Verder is het belangrijk, zeker als de katten niet onbeperkt naar buiten kunnen dat er voor elke kat een kattenbak is + 1 extra. Dus als u 2 katten heeft is 3 bakken noodzakelijk. De kat in de natuur plast en poept ook niet op 1 plek en niet op de plek waar een andere kat heeft gezeten.
Een overdekte bak is voor sommige katten eng en de geur kan onaangenaam zijn die onder zo’n kap blijft hangen.
Valeriaan druppels in de kattenbak toevoegen kan de kat stimuleren het op de bak te gaan doen, belonen als u ziet dat de kat het daar doet. Aluminium folie op de plek leggen waar de kat het nu doet, dit voorkomt dat ze er weer gaan zitten.
De angstige kat kunt u ondersteunen met Clomicalm, dit is een tablet die de chemische balans in de hersenen hersteld. Hierdoor neemt de angst af en staat het dier meer open voor het aanleren van het juiste gedrag.
Is het zindelijk zijn verkeerd aangeleerd of is angst de oorzaak, dan kunt u een training starten. Sluit de kat in een kleine ruimte op, b.v. een hondenbench. Zorg ervoor dat er alleen een ligplaats is en een kattenbak, water en voer kunnen staan. Valeriaan druppels in de bak en de bench op een rustige plaats. Eventueel ook Feliway sprayen. De kat er alleen uitlaten als u er zelf bij bent en kan ingrijpen als ze het op een verkeerde plek wil gaan doen. Niet boos worden, maar rustig nee zeggen en haar op de bak zetten. Belonen als ze het op de bak doet. Denk eraan geef haar geen kans het per ongeluk naast de bak te doen, u bent dan weer terug bij af.
Sproeien:
Sproeien heeft ook verschillende oorzaken. Het is een vorm van markeren, net als kopjes geven (geurkliertjes onder de kin), krabben met de nagels(geurkliertjes in voetzooltjes). De oorzaak van sproeien kan komen door veranderingen in het huis, een nieuwe kat bij de buren die zichtbaar is vanuit het raam etc. Op de plekken waar gesproeid wordt kunt u Feliway sprayen. Dit is een spray die bestaat uit kunstmatige feromonen, de kat heeft dan niet meer de behoefte om te markeren. Daarnaast kunt u de kat corrigeren met een plantenspuit als hij dit gedrag vertoond.
Zorg ervoor dat de kater en de poes op de leeftijd van 6 maanden gecastreerd en gesteriliseerd worden, dan kan hormonaal gedrag niet de oorzaak van sproeien zijn.
Houd er rekening mee dat het tijd kost en intensief is om de kat weer “normaal” door ons geaccepteerd gedrag aan te leren.
Uit de praktijk
Meer onderwerpen uit de praktijk vindt u hier